Een conventioneel UTP-netwerk maakt gebruik van een sterstructuur: elke verbinding heeft een directe link naar een centrale switch. Dit vereist veel meer bekabeling (elk punt heeft zijn eigen kabel nodig) en maakt het netwerk minder flexibel (voor elk extra punt moet een nieuwe kabel getrokken worden).

Het FiberUnlimited netwerk maakt gebruik van een ringtopologie, waarbij alle nodes in één (of meerdere) gesloten lussen met elkaar verbonden zijn. Dit vermindert het kabelgebruik tot 90% (de kabel loopt van node naar node), maakt uitbreiding eenvoudiger (een nieuwe node wordt gewoon in de bestaande kabellus gestoken) en stelt het systeem in staat zichzelf te herstellen in geval van een storing.